Bewaaradvies

Oogsten, drogen en bewaren

Oogstomstandigheden

  • Uien groenig rooien als het loof ± 60% is afgestorven.
  • Uien alleen klappen en rooien als deze winddroog zijn.
  • Het loof altijd klappen boven de bovenste insteek van de schacht, dit is ± 10 cm lengte van de pijp.

 

Te kort klappen, rooien en oogsten van een vochtig gewas, verhoogt de kans op kop- en wondrot aanzienlijk.

 

Ventilatiecapaciteit

  • Minimale ventilatiecapaciteit 150 m3 lucht per m3 uien per uur; dit vraagt een luchtcapaciteit van ongeveer 30.000 m3 lucht per uur voor 100 ton uien. Pas hier de ventilatoren op aan. Voor een optimale droging met kachels is de kachelcapaciteit van 60.000 tot 80.000 Kcal/100 ton uien optimaal.
  • Storthoogte tot maximaal 4 meter. Plaats op 1,5 meter diepte een temperatuursensor recht boven een inblaaskoker.
  • Hoe sneller de hals van de ui droogt, des te minder kans dat schimmels en bacteriën de ui in groeien. De kwaliteit van de ui blijft hierdoor beter gewaarborgd. Dat te snel drogen de uiennek dichtsnoert is dus onjuist. De hals moet dan wel lang genoeg zijn.


Relatieve luchtvochtigheid

  • Voor een maximale droging moet in de eerste drie trappen van het drogingsproces de RV van de uitgaande lucht 65% zijn. In de bewaring mag deze oplopen naar 80%.
  • Gasgestookte kachels leveren minder vocht en de temperatuurregeling is beter dan bij petroleumgestookte kachels.

 

Klik hier voor het volledige bewaaradvies (in PDF-formaat). Houd er rekening mee dat niet al onze rassen geschikt zijn voor bewaring: neem hiervoor contact op met een van onze account managers.